Wetgeving

Wet openbaarheid van bestuur (geldend op 17-03-2009)

Wet van 31 oktober 1991, houdende regelen betreffende de
openbaarheid van bestuur

 

  • Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

    Allen, die deze zullen zien of horen lezen,
    saluut! doen te weten:

    Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het,
    mede gelet op artikel 110 van de
    Grondwet, met het oog op een goede en
    democratische bestuursvoering wenselijk is gebleken de
    regelen met betrekking tot de openheid en openbaarheid van
    bestuur aan te passen en deze zoveel mogelijk in de wet op
    te nemen;

    Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen
    overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en
    verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

  • Hoofdstuk I. Definities

  • Artikel 1

    In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan
    onder:

    • a. document: een bij een bestuursorgaan berustend
      schriftelijk stuk of ander materiaal dat gegevens bevat;

    • b. bestuurlijke aangelegenheid: een aangelegenheid die
      betrekking heeft op beleid van een bestuursorgaan,
      daaronder begrepen de voorbereiding en de uitvoering ervan;

    • c. intern beraad: het beraad over een bestuurlijke
      aangelegenheid binnen een bestuursorgaan, dan wel binnen
      een kring van bestuursorganen in het kader van de
      gezamenlijke verantwoordelijkheid voor een bestuurlijke aangelegenheid;

    • d. niet-ambtelijke adviescommissie: een van overheidswege
      ingestelde instantie, met als taak het adviseren van een
      of meer bestuursorganen en waarvan geen ambtenaren lid
      zijn, die het bestuursorgaan waaronder zij ressorteren
      adviseren over de onderwerpen die aan de instantie zijn
      voorgelegd. Ambtenaren, die secretaris of adviserend lid
      zijn van een adviesinstantie, worden voor de toepassing
      van deze bepaling niet als leden daarvan beschouwd;

    • e. ambtelijke of gemengd samengestelde adviescommissie: een
      instantie, met als taak het adviseren van één of meer
      bestuursorganen, die geheel of gedeeltelijk is
      samengesteld uit ambtenaren, tot wier functie behoort
      het adviseren van het bestuursorgaan waaronder zij
      ressorteren over de onderwerpen die aan de instantie
      zijn voorgelegd;

    • f. persoonlijke beleidsopvatting: een opvatting, voorstel,
      aanbeveling of conclusie van een of meer personen over
      een bestuurlijke aangelegenheid en de daartoe door hen
      aangevoerde argumenten;

    • g. milieu-informatie: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 19.1a
      van de Wet milieubeheer
      ;

    • h. hergebruik:
      het gebruik van informatie die openbaar is op grond van deze of een
      andere wet en die is neergelegd in documenten berustend bij een
      overheidsorgaan, voor andere doeleinden dan het oorspronkelijke doel
      binnen de publieke taak waarvoor de informatie is
      geproduceerd;

    • i. overheidsorgaan:

      • 1°. een orgaan van een rechtspersoon die
        krachtens publiekrecht is ingesteld, of

      • 2°. een ander persoon of college, met enig
        openbaar gezag
        bekleed.

  • Artikel 1a

    • 1.Deze wet is van toepassing op de volgende bestuursorganen:

      • a. Onze Ministers;

      • b. de bestuursorganen van provincies, gemeenten, waterschappen en
        publiekrechtelijke bedrijfsorganisatie;

      • c. bestuursorganen die onder de verantwoordelijkheid van
        de onder a en
        b genoemde organen werkzaam zijn;

      • d. andere bestuursorganen, voor zover niet bij algemene maatregel van
        bestuur uitgezonderd.

    • 2.In afwijking van het eerste lid, onder d, is deze wet op de krachtens
      die bepaling uitgezonderde bestuursorganen van toepassing voorzover het gaat
      om het verstrekken van milieu-informatie.

  • Hoofdstuk II. Openbaarheid

  • Artikel 2

    • 1.Een bestuursorgaan verstrekt bij de uitvoering van zijn taak, onverminderd
      het elders bij wet bepaalde, informatie overeenkomstig deze wet en gaat daarbij
      uit van het algemeen belang van openbaarheid van informatie.

    • 2.Het
      bestuursorgaan draagt er zo veel mogelijk zorg voor dat de informatie
      die het overeenkomstig deze wet verstrekt, actueel, nauwkeurig en
      vergelijkbaar
      is.

  • Hoofdstuk III. Informatie op verzoek

  • Artikel 3

    • 1.Een ieder kan een verzoek om informatie neergelegd in
      documenten over een bestuurlijke aangelegenheid richten tot
      een bestuursorgaan of een onder verantwoordelijkheid van een
      bestuursorgaan werkzame instelling, dienst of bedrijf.

    • 2.De verzoeker vermeldt bij zijn verzoek de bestuurlijke
      aangelegenheid of het daarop betrekking hebbend document,
      waarover hij informatie wenst te ontvangen.

    • 3.De verzoeker behoeft bij zijn verzoek geen belang te stellen.

    • 4.Indien een verzoek te algemeen geformuleerd is, verzoekt het bestuursorgaan
      de verzoeker zo spoedig mogelijk om zijn verzoek te preciseren en is het hem
      daarbij behulpzaam.

    • 5.Een verzoek om informatie wordt ingewilligd met
      inachtneming van het bepaalde in de artikelen 10 en 11.

  • Artikel 4

    Indien het verzoek betrekking heeft op gegevens in documenten
    die berusten bij een ander bestuursorgaan dan dat waarbij het
    verzoek is ingediend, wordt de verzoeker zo nodig naar dat
    orgaan verwezen. Is het verzoek schriftelijk gedaan, dan wordt
    het doorgezonden onder mededeling van de doorzending aan de verzoeker.

  • Artikel 5

    • 1.De beslissing op een verzoek om informatie wordt mondeling
      of schriftelijk genomen.

    • 2.Een gehele of gedeeltelijke afwijzing van een schriftelijk
      verzoek om informatie vindt schriftelijk plaats. In geval
      van een mondeling verzoek vindt een afwijzing schriftelijk
      plaats, indien de verzoeker daarom vraagt. De verzoeker
      wordt op deze mogelijkheid gewezen.

    • 3.De beslissing wordt eveneens schriftelijk genomen indien
      het verzoek om informatie een derde betreft en deze daarom
      heeft verzocht. In dat geval wordt tevens aan de derde de op
      hem betrekking hebbende informatie toegezonden.

  • Artikel 6

    • 1.Het bestuursorgaan beslist op het verzoek om informatie zo
      spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen twee weken na de dag
      waarop het verzoek is ontvangen. Het bestuursorgaan kan de
      beslissing voor ten hoogste twee weken verdagen. Van de
      verdaging wordt voor de afloop van de eerste termijn
      schriftelijk gemotiveerd mededeling gedaan aan de verzoeker.

    • 2.Onverminderd het derde lid geschiedt de verstrekking van informatie zo
      spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen vier weken na ontvangst van het verzoek.
      Indien de omvang of de gecompliceerdheid van de informatie een verlenging
      rechtvaardigt, kan deze termijn worden verlengd met ten hoogste vier weken.
      Van de verlenging wordt voor de afloop van de eerste termijn schriftelijk
      gemotiveerd mededeling gedaan aan de verzoeker.

    • 3.Indien het bestuursorgaan heeft besloten informatie te verstrekken, terwijl
      naar verwachting een belanghebbende bezwaar daar tegen heeft, wordt de informatie
      niet eerder verstrekt dan twee weken nadat de beslissing is bekendgemaakt.

  • Artikel 7

    • 1.Het bestuursorgaan verstrekt de informatie met betrekking
      tot de documenten die de verlangde informatie bevatten door:

      • a. kopie ervan te geven of de letterlijke inhoud ervan
        in andere vorm te verstrekken,

      • b. kennisneming van de inhoud toe te staan,

      • c. een uittreksel of een samenvatting van de inhoud te
        geven, of

      • d. inlichtingen daaruit te verschaffen.

    • 2.Het bestuursorgaan verstrekt de informatie in de door de verzoeker verzochte
      vorm, tenzij:

      • a. het verstrekken van de informatie in die vorm redelijkerwijs niet gevergd
        kan worden;

      • b. de informatie reeds in een andere, voor de verzoeker gemakkelijk
        toegankelijke vorm voor het publiek beschikbaar
        is.

    • 3.Indien het verzoek betrekking heeft op
      milieu-informatie als bedoeld in artikel 19.1a, eerste lid, onder b,
      van de Wet milieubeheer
      , verstrekt het bestuursorgaan, zo nodig, en
      indien deze informatie voorhanden is, tevens informatie over de
      methoden die zijn gebruikt bij het samenstellen van eerstbedoelde
      informatie.

  • Hoofdstuk IV. Informatie uit eigen beweging

  • Artikel 8

    • 1.Het bestuursorgaan dat het rechtstreeks aangaat, verschaft
      uit eigen beweging informatie over het beleid, de
      voorbereiding en de uitvoering daaronder begrepen, zodra dat
      in het belang is van een goede en democratische bestuursvoering.

    • 2.Het bestuursorgaan draagt er zorg voor dat de informatie
      wordt verschaft in begrijpelijke vorm, op zodanige wijze,
      dat belanghebbende en belangstellende burgers zoveel
      mogelijk worden bereikt en op zodanige tijdstippen, dat deze
      hun inzichten tijdig ter kennis van het bestuursorgaan
      kunnen brengen.

  • Artikel 9

    • 1.Het bestuursorgaan dat het rechtstreeks aangaat draagt zorg
      voor het openbaar maken, zo nodig en mogelijk met
      toelichting, van door niet-ambtelijke adviescommissies aan
      het orgaan uitgebrachte adviezen met het oog op het te
      vormen beleid, tezamen met de door het orgaan aan de
      commissies voorgelegde adviesaanvragen en voorstellen.

    • 2.Uiterlijk binnen vier weken nadat de adviezen zijn
      ontvangen heeft openbaarmaking plaats en wordt daarvan
      mededeling gedaan in de Staatscourant of een andere vanwege de
      overheid algemeen verkrijgbaar gestelde periodiek. Van een
      gehele of gedeeltelijke niet-openbaarmaking wordt op gelijke
      wijze mededeling gedaan.

    • 3.De in het eerste lid bedoelde stukken kunnen worden
      openbaar gemaakt door deze:

      • a. op te nemen in een algemeen verkrijgbare uitgave,

      • b. afzonderlijk uit te geven en algemeen verkrijgbaar
        te stellen, of

      • c. ter inzage te leggen, in kopie te verstrekken of uit
        te lenen.

  • Hoofdstuk V. Uitzonderingsgronden en beperkingen

  • Artikel 10

    • 1.Het verstrekken van informatie ingevolge deze wet blijft
      achterwege voor zover dit:

      • a. de eenheid van de Kroon in gevaar zou kunnen brengen;

      • b. de veiligheid van de Staat zou kunnen schaden;

      • c. bedrijfs- en fabricagegegevens betreft, die door
        natuurlijke personen of rechtspersonen vertrouwelijk
        aan de overheid zijn meegedeeld;

      • d. persoonsgegevens betreft als bedoeld in paragraaf 2 van hoofdstuk
        2 van de Wet bescherming
        persoonsgegevens
        , tenzij de
        verstrekking kennelijk geen inbreuk op de
        persoonlijke levenssfeer maakt.

    • 2.Het verstrekken van informatie ingevolge deze wet blijft
      eveneens achterwege voor zover het belang daarvan niet
      opweegt tegen de volgende belangen:

      • a. de betrekkingen van Nederland met andere staten en
        met internationale organisaties;

      • b. de economische of financiële belangen van de Staat,
        de andere publiekrechtelijke lichamen of de in artikel 1a, onder c en
        d
        , bedoelde bestuursorganen;

      • c. de opsporing en vervolging van strafbare feiten;

      • d. inspectie, controle en toezicht door bestuursorganen;

      • e. de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer;

      • f. het belang, dat de geadresseerde erbij heeft als
        eerste kennis te kunnen nemen van de informatie;

      • g. het voorkomen van onevenredige bevoordeling of
        benadeling van bij de aangelegenheid betrokken
        natuurlijke personen of rechtspersonen dan wel van derden.

    • 3.Het tweede lid, aanhef en onder e, is niet van toepassing voorzover de
      betrokken persoon heeft ingestemd met openbaarmaking.

    • 4.Het eerste lid, aanhef en onder c en d, het tweede lid, aanhef
      en onder e, en het zevende lid, aanhef en onder a, zijn niet van
      toepassing voorzover het milieu-informatie betreft die betrekking heeft
      op emissies in het milieu.
      Voorts blijft in afwijking van het
      eerste lid, aanhef en onder c, het verstrekken van milieu-informatie
      uitsluitend achterwege voorzover het belang van openbaarmaking niet opweegt
      tegen het daar genoemde belang.

    • 5.Het tweede lid, aanhef en onder b, is van toepassing op het
      verstrekken van milieu-informatie voor zover deze
      handelingen betreft met een vertrouwelijk karakter.

    • 6.Het tweede lid, aanhef en onder g, is niet van toepassing op het verstrekken
      van milieu-informatie.

    • 7.Het verstrekken van milieu-informatie ingevolge deze wet blijft eveneens
      achterwege voorzover het belang daarvan niet opweegt tegen de volgende belangen:

      • a. de bescherming van het milieu waarop deze informatie betrekking heeft;

      • b. de beveiliging van bedrijven en het voorkomen van sabotage.

    • 8.Voorzover het
      vierde lid, eerste volzin, niet van toepassing is, wordt bij het
      toepassen van het eerste, tweede en zevende lid op milieu-informatie in
      aanmerking genomen of deze informatie betrekking heeft op emissies
      in het milieu.

  • Artikel 11

    • 1.In geval van een verzoek om informatie uit documenten,
      opgesteld ten behoeve van intern beraad, wordt geen
      informatie verstrekt over daarin opgenomen persoonlijke beleidsopvattingen.

    • 2.Over persoonlijke beleidsopvattingen kan met het oog op een
      goede en democratische bestuursvoering informatie worden
      verstrekt in niet tot personen herleidbare vorm. Indien
      degene die deze opvattingen heeft geuit of zich erachter
      heeft gesteld, daarmee heeft ingestemd, kan de informatie in
      tot personen herleidbare vorm worden verstrekt.

    • 3.Met betrekking tot adviezen van een ambtelijke of gemengd
      samengestelde adviescommissie kan het verstrekken van
      informatie over de daarin opgenomen persoonlijke
      beleidsopvattingen plaatsvinden, indien het voornemen
      daartoe door het bestuursorgaan dat het rechtstreeks aangaat
      aan de leden van de adviescommissie voor de aanvang van hun
      werkzaamheden kenbaar is gemaakt.

    • 4.In afwijking van het eerste lid wordt bij milieu-informatie het belang
      van de bescherming van de persoonlijke beleidsopvattingen afgewogen tegen
      het belang van openbaarmaking. Informatie over persoonlijke beleidsopvattingen
      kan worden verstrekt in niet tot personen herleidbare vorm. Het tweede lid,
      tweede volzin, is van overeenkomstige toepassing.

  • Hoofdstuk V-A. Hergebruik

  • Artikel 11a

    • 1.Dit hoofdstuk is niet van toepassing
      op:

      • a. informatie, zijnde een werk van letterkunde,
        wetenschap of kunst in de zin van de Auteurswet, een opname van
        uitvoering, fonogram, eerste vastlegging van een film of een opname van
        een programma in de zin van de Wet op de naburige rechten of een
        databank in de zin van de Databankenwet en waarvan een overheidsorgaan
        niet de maker, uitvoerend kunstenaar, producent van fonogrammen,
        producent van de eerste vastlegging van films, omroeporganisatie of
        producent van een databank dan wel rechtverkrijgende is;

      • b. informatie in het bezit van openbare omroepen of
        hun dochterondernemingen, of van andere overheidsorganen of hun
        dochterondernemingen ten behoeve van de vervulling van een publieke
        omroeptaak;

      • c. informatie in het bezit
        van onderwijs- en onderzoeksinstellingen;

      • d. informatie in het bezit van culturele
        instellingen;

      • e. informatie die tussen
        overheidsorganen uitsluitend met het oog op de vervulling van hun
        openbare taken wordt uitgewisseld.

    • 2.In afwijking van artikel 1a, eerste lid, onder d,
      is dit hoofdstuk van toepassing op de krachtens die bepaling
      uitgezonderde bestuursorganen voor zover het gaat om
      hergebruik.

  • Artikel 11b

    • 1.Een
      ieder kan een verzoek om hergebruik richten tot een overheidsorgaan of
      een onder verantwoordelijkheid van een overheidsorgaan werkzame
      instelling, dienst of bedrijf.

    • 2.De
      verzoeker vermeldt bij zijn verzoek de informatie die hij wenst te
      hergebruiken.

    • 3.De verzoeker behoeft
      bij zijn verzoek geen belang te
      stellen.

    • 4.Indien een verzoek te
      algemeen geformuleerd is, verzoekt het overheidsorgaan de verzoeker zo
      spoedig mogelijk om zijn verzoek te preciseren en is het hem daarbij
      behulpzaam.

  • Artikel 11c

    De artikelen 4 tot en met 7 zijn van overeenkomstige
    toepassing.

  • Artikel 11d

    Voor
    hergebruik beschikbare documenten worden zoveel mogelijk langs
    elektronische weg beschikbaar
    gesteld.

  • Artikel 11e

    Een
    overheidsorgaan is niet verplicht vervaardiging van documenten voort te
    zetten, enkel met het oog op
    hergebruik.

  • Artikel 11f

    De
    voorwaarden voor hergebruik zijn voor vergelijkbare categorieën
    van hergebruik
    gelijk.

  • Artikel 11g

    • 1.Een
      exclusief recht tot hergebruik wordt niet verleend, tenzij dat
      noodzakelijk is voor het verlenen van een dienst van algemeen
      belang.

    • 2.Indien een exclusief recht
      wordt verleend voor een dienst van algemeen belang, wordt minstens elke
      drie jaar door het overheidsorgaan dat het exclusieve recht heeft
      verleend, bezien of de reden voor het verlenen van het exclusieve recht
      nog aanwezig is.

    • 3.Elk exclusief
      recht op hergebruik dat wordt verleend, wordt op de voorgeschreven
      wijze
      bekendgemaakt.

  • Artikel 11h

    • 1.De
      totale inkomsten uit het verstrekken en het verlenen van toestemming
      voor hergebruik zijn niet hoger dan de kosten van verzameling,
      productie, vermenigvuldiging en verspreiding van de informatie,
      vermeerderd met een redelijk rendement op
      investeringen.

    • 2.Bij of krachtens
      algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels gesteld worden met
      betrekking tot de totale inkomsten van het eerste
      lid.

  • Artikel 11i

    Ten
    aanzien van overheidsorganen die geen bestuursorgaan zijn, zijn titel
    1.1
    , hoofdstuk 2, de afdelingen 3.1, 3.2, 3.6 en 3.7, titel 4.1, hoofdstuk 6, de afdelingen 7.1 en 7.2, hoofdstuk 8 en titel 10.1 van de
    Algemene wet bestuursrecht
    van overeenkomstige
    toepassing.

  • Hoofdstuk VI. Overige bepalingen

  • Artikel 12

    Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen voor de
    centrale overheid regels worden gesteld met betrekking tot in
    rekening te brengen vergoedingen voor het ingevolge een verzoek
    om informatie vervaardigen van kopieën van documenten en
    uittreksels of samenvattingen van de inhoud daarvan.

  • Artikel 13

    Deze wet verplicht niet tot het openbaar maken van adviezen van
    de Raad van State en van niet-ambtelijke adviescommissies die
    zijn uitgebracht voor 1 mei 1980.

  • Artikel 14

    Nadere regels omtrent de uitvoering van het bij of krachtens
    deze wet bepaalde kunnen worden gesteld:

    • a. voor de centrale overheid bij of krachtens een besluit
      van Onze Minister-President in overeenstemming met het
      gevoelen van de ministerraad;

    • b. voor de provincies, gemeenten, waterschappen en de
      andere in artikel 1a, onder c en
      d
      , bedoelde bestuursorganen door hun besturen.

  • Artikel 15 [Vervallen per 01-01-1994]

  • Artikel 16

    Exclusieve
    rechten tot hergebruik, die vóór de inwerkingtreding van
    deze wet zijn verleend, worden na afloop van het desbetreffende
    contract niet opnieuw verleend, of vervallen, indien het contract een
    langere looptijd heeft dan tot en met 31 december 2008, met
    ingang van die datum van
    rechtswege.

  • Artikel 17

    Onze Minister-President, Minister van Algemene Zaken, en Onze
    Minister van Binnenlandse Zaken zenden binnen vijf jaar na het
    in werking treden van deze wet aan de Staten-Generaal een
    verslag over de wijze waarop zij is toegepast.

  • Hoofdstuk VII. Wijziging van enige wetten

  • Artikel 18

    [Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]

  • Artikel 19

    Voor adviezen, voordrachten en andere voorstellen van de Raad
    van State, uitgebracht voor het tijdstip van inwerkingtreding
    van deze wet, blijven de op de dag voor de inwerkingtreding
    geldende wettelijke bepalingen van kracht.

  • Artikel 20

    [Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]

  • Artikel 21

    Op verzoeken op grond van de Archiefwet 1962 (Stb. 1962, 313) tot raadpleging
    of gebruik van vóór de inwerkingtreding van deze wet in een
    archiefbewaarplaats berustende archiefbescheiden blijven de voor
    de inwerkingtreding van deze wet gestelde beperkingen ten
    aanzien van de openbaarheid van kracht.

  • Artikel 22

    [Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]

  • Artikel 23

    [Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]

  • Artikel 24

    [Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]

  • Hoofdstuk VIII. Slotbepalingen

  • Artikel 25

    De Wet openbaarheid van bestuur (Stb. 1978, 581) wordt ingetrokken.

  • Artikel 26

    Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te
    bepalen tijdstip.

  • Artikel 27

    Deze wet kan worden aangehaald als Wet openbaarheid van bestuur.

  • Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat
    alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie
    zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

    Gegeven te ‘s-Gravenhage, 31 oktober 1991

    Beatrix

    De Minister-President,

    Minister van Algemene Zaken,

    R. F. M. Lubbers

    De Minister van Binnenlandse Zaken,

    C. I. Dales

    Uitgegeven de eenendertigste december 1991

    De Minister van Justitie,

    E. M. H. Hirsch Ballin